Kritiek van wetenschappers
Verschillende wetenschappers hebben zich kritisch uitgelaten over het hersendoodcriterium. Een kleine opsomming.
• Voorjaar 1989 verscheen in het weekend magazine van de Engelse krant News of the World het volgende bericht van Sue Freeman: ‘Specialist verlaat transplantatiekliniek uit protest dat artsen harten weghalen bij levende patiënten’. De hartspecialist dr. David Wainwright Evans is weggegaan bij zijn wereldberoemde transplantatiecentrum in het Papsworth Hospital in Cambridge. Hij wil geen operaties meer uitvoeren waarbij bij levende mensen harten worden weggehaald. En dit gebeurt niet alleen met harten. Nog twee andere cardiologen hebben geweigerd aan dit soort operaties mee te werken. In een ander bekend transplantatieziekenhuis in Cambridge, het Addenbrooke’s Hospital, weigeren zeven van de dertien anesthesisten nog langer bij levertransplantaties te assisteren omdat ze het te vreselijk vinden wat in de operatiekamer gebeurt.
Dr. Evans: “De meeste mensen denken dat iemand echt dood is als hij naar de operatiekamer wordt gebracht waar de noodzakelijke organen worden verwijderd. Echter, zulke belangrijke organen als hart en lever en in zekere zin ook de nieren zijn voor de transplantatiechirurgie volstrekt waardeloos als ze uit een lichaam gehaald worden dat niet meer ademt. Bij iedere operatie kan het voorkomen dat bloeddruk en pols van de patiënt plotseling dramatisch stijgen. Dat betekent dat de patiënt pijn heeft of onder stress staat. Wij weten te weinig hoe de hersenen werken. Er is geen enkele twijfel dat het hart en delen van de hersenen nog werken op het moment dat de organen worden weggenomen. Het zou zo maar kunnen dat de donor zich in een nachtmerrieachtige toestand bevindt waarin hij pijn ervaart. We weten het gewoon niet.” (Uit: ‘Ongestoord Sterven’ – Renate Greinert)
• De inmiddels overleden hersenonderzoeker dr. Herms Romijn schrijft in het voorwoord van mijn boek ‘Ik hou mijn hart vast’ (1998) het volgende:
“Met het definitief uitvallen van het brein is de drager ervan, de mens als zodanig, nog niet dood. De rest van zijn of haar lichaam met alle overige organen is immers nog springlevend, goed doorbloed omdat het hart nog klopt en de longen nog ademen, zij het dat de laatstgenoemde functie vaak kunstmatig moet worden ondersteund. We verklaren toch ook niet iemand dood wanneer zijn ogen of oren niet meer functioneren? We zeggen dan dat hij blind of doof is. En in analogie met het begrip hersendood zouden we dan kunnen spreken van ogendood of orendood.
Het spreekt voor zich dat de invaliditeit bij hersendood voor de persoon in kwestie vele malen groter is dan bij blindheid of doofheid. Maar het is volstrekt willekeurig om in het ene geval te zeggen dat de persoon dood is en in het andere geval niet. Dan gaat men voorbij aan de beginselen van het leven. Want wat te denken van de vele ongewervelde dieren zoals wormen, zeesterren en vlinders die in plaats van hersenen slechts een aantal verspreide zenuwknopen bezitten? En de duizenden soorten bacteriën, planten en bomen om ons heen? Daar hanteren we toch ook steeds de begrippen leven en dood? Hersenen zijn uniek en belangrijk, maar zij vormen geen principiële voorwaarde tot leven.
… Sterven is een proces dat zich over enige tijd uitstrekt en het valt niet goed aan te geven op welk moment de persoon echt, helemaal dood is. Maar zeker niet op het moment van de hersendood als het resterende lichaam door een goede hartslag en ademhaling nog in leven wordt gehouden en dus nog leeft.”
• De Nederlandse cardioloog Pim van Lommel stelt in zijn boek ‘Eindeloos Bewustzijn’ (2007)het volgende. “De criteria van hersendood en de methode om die te diagnosticeren verschillen van land tot land en hoe meer er wetenschappelijk bekend raakt over de problematiek van een juiste diagnose, hoe meer onzekerheid er bij deskundigen over de diagnose bestaat”.
Hij voegt hier nog dit aan toe. “Het is bij de meeste mensen niet bekend dat anesthesie bij het uitnemen van organen bij ‘overleden’ patiënten meestal noodzakelijk is vanwege het zogenaamde Lazarus-syndroom; dit zijn heftige reflexmatige afweergebaren van de officieel reeds gestorven donor. Een ‘stoffelijk overschot’ zou toch geen anesthesie nodig moeten hebben?” Hersendood verklaarde patiënten vertonen ook significante veranderingen in bloeddruk, vaatweerstand, en hartslag tijdens de uitneemoperatie. Dit is volgens Van Lommel alleen mogelijk als er nog gedeelten van de hersenen en de ruggenmergreflexen intact zijn.
• Op 19 februari 2009 vond in Rome een internationaal congres plaats onder de titel ‘Signs of Life’ (Tekens van leven). Centraal thema was het hersendoodconcept. Verschillende medische wetenschappers waaronder de specialist dr. Cicero Coïmbra spraken luid en duidelijk hun twijfel en zelfs harde kritiek uit op het hersendoodcriterium. Volgens Coïmbra is het mogelijk bij een juiste behandeling sommige hersendood verklaarde patiënten te laten ‘terugkeren’ en zelfs geheel te genezen. Op het moment van orgaanuitname wordt een hersendode echter definitief gedood.
Dit onderschrijft de conclusie: hersendood is een volkomen verkeerd, ondeugdelijk en zelfs misleidend criterium om de dood vast te stellen.